Kapitalisme, Imperialisme, Rijken en verdeling in de wereld

Hoe de rijken de wereld regeren #1

In het kapitalistisch systeem waar wij vandaag hier tegen aan kijken mogen wij zien dat de superrijken mogen behoren tot een kleine groep van minder dan 1 procent van de bevolking, maar die wel eigenaar mogen zijn zijn van het leeuwendeel van de welvaart van de natie.

Het hele systeem heeft zich de laatste jaren door die 1% laten misleiden en dicteren, waarbij de regering maar al te graag ingingen op de wensen van deze superrijken, om toch maar persoonlijk zelf een beetje te kunnen mee snoepen en niet te moeten belanden bij de steeds armer wordende middenklasse.

De laatste jaren mochten CEO’s veel aandacht besteden aan de top corporate managers die ettelijke miljoenen euro’s per jaar in de salarissen en extraatjes mochten binnenrijven. Regeringleiders hielden zich daar ook stil om niemand tegen de borst te stoten. Zij zeiden dan ook niet veel over de de tientallen miljarden die deze zelfde bedrijven elk jaar distribueerden naar de top investeerder klasse van weer die onzichtbare fractie van 1 procent van de bevolking.

Media publiciteit die zich uitsluitend richt op een handvol gulzige topbestuurders vermijdt handig elke blootstelling van de superrijken als klasse. Nochtans zou volgens de Amerikaanse  politicoloog, historicus en activist Michael Parenti (1933) de sanering van die CEO’s die snijden in de ‘corporate take’ goed van dienst zijn voor belangen van de grote aandeelhouders.

Als wij rondom ons zien kunnen wij niet naast de ware omvang van de rijkdom en de inkomensongelijkheid kijken. Tegenover ons zelf, de gehele gemeenschap en de natuur, moeten wij een duidelijke visie naar voor schuiven en projecten voorop stellen waarbij wij we stoppen met het behandelen van de “hoogste quintiel” – de hogere middenklasse – als de “rijkste” cohort in het land. Maar om dat te doen, moeten we verder kijken dan de voorgekookte statistieken van de Census Bureaus. We moeten er op toe zien dat kleine, stratosferische top dat het grootste deel van de wereld bezit eindelijk eens gevangen kan worden en tot besef kan worden gebracht dat wij als mensen een ethische houding moeten aannemen waarbij er een rechtvaardige verdeling is met respect voor iedereen en alles (mens, dier en plant).

In 2009 schreef de Amerikaanse politieke schrijver, historicus, en cultuurcriticus, Michael Parenti al dat na de omverwerping van de communistische overheden in Oost-Europa, het kapitalisme als het ontembare systeem werd geparadeerd dat welvaart en democratie, dat tot het eind van de geschiedenis zou kunnen heersen. Op dat ogenblik was het voor hem duidelijk het kapitalisme nog in overeenstemming moest komen met verscheidene historische krachten die het eindeloos probleem leken te veroorzaken: democratie, welvaart, en kapitalisme zelf, de eigenlijke entiteiten die de kapitalistische heersers eisten om het te bevorderen.

Met het begrip “linksige klaagzang” (liberal complaint) betreurt hij de handelwijze van de kapitalistische staat in het bijzonder, en het Amerikaanse imperium in het algemeen, waarbij hij wijst op de incompetentie en “stompzinnigheid” van het buitenlands beleid van de VS. Met een berispende vinger durft hij wijzen op die regeringen die zo beweren democratisch te zijn maar toch dictatoriale regimes steunen en  zo consistent ten voordele van de heersende kapitalistische uitbuiting van arbeid, land, grondstoffen en markten zijn.

Reeds in zijn boek “Het vierde rijk” (Against Empire) toonde hij aan hoe de oppermacht van kapitaalaccumulatie boven elk ander recht, wereldwijd, zich tracht te verankeren en anderen afhankelijk wil maken van de grote machtsorganen van het kapitaal. Door de jaren heen zagen wij de mondialisering en hoe bedrijven zich meer en meer inkochten of andere bedrijven opkochten om toch maar zo veel mogelijk een monopoliepositie te verwerven al was het met producten met een verschillende merknaam.  Algemeen heeft men de laatste jaren de winstderving als prioriteit voorop gesteld. Regeringen noch verantwoordelijken van de bedrijven interesseerde het hun waar de goedkoopste werkkrachten konden gevonden worden en hoe de meeste winst kon gemaakt worden. Of dit nu tegen de  democratische basisprincipes zou indruisen kon hen geen barst schelen. Zij waren zelfs bereid, indien nodig, door middel van militaire interventie in landen als Vietnam, Laos, Angola, Nicaragua, Grenada, Honduras, Chili, Colombia, Somalië, Irak, Iran, Griekenland, Joegoslavië, Argentinië, Guatemala, enz. hun stempel door te drukken en afhankelijkheid van hun bedrijven en land door te drukken.

Ook voor de natuur werd er een oog dicht gedaan, want dat kon enkel iets zijn voor emo-mensen en naïevelingen. De mens moest vooruit gaan en in het evolueringsproces was er geen plaats voor sociale noch ecologische gevoelens.

Het koloniale imperialisme staat eigenlijk niet ver af. De uitbuitingspolitiek van de 18° en 19° eeuw werd nu toegepast door de ‘Nieuwe Wereld’ terwijl het oude Europa na de twee wereldoorlogen daar ook aan moest onderwerpen met haar plichtsgevoel van erkentelijkheid. Op dat vlak konden de regeringen van de Euro landen hun burgers daar ook mee laten instemmen en het gevoelen geven dat zij toch blij en dankbaar moesten zijn voor wat de Amerikanen toch allemaal voor onze landen en onze vrijheid hadden gedaan. Wel werd er neit opgemerkt hoe de inwoners van Europa meer de slaven werden van Amerikaanse bedrijven en hoe snel managers daar leerschool hadden gelopen en het rollenpatroon van het Amerikaanse systeem overhevelden naar het Belgische of Europese.

Een groot probleem was dat door de gulzigheid van de regeringsleiders en de voorzitters van de verscheidene instellingen en bedrijven de kloof tussen de gewone bevolking en de machtshebbers alsmaar groter werd en er een voedingsbodem werd gekweekt voor anarchisten.

Tijdens de afgelopen jaren hebben anarchisten mee geholpen aan het populariseren van het discours van toestemming in interpersoonlijke relaties als een manier om de cultuurverkrachting  tegen te gaan. Men kon opnieuw een kweekzone vonden voor het zoeken naar een consensus in de organisatie van de politiek als een anti-autoritaire benadering van de besluitvorming.

De regeringen hebben door het laten doen van de bedrijven een mogelijkheid geschapen dat er een ondergrond beweging op gang kwam die zich wel moest gaan verzetten tegen de groeiende ongelijkheid.

Symbool van de extreem linkse terreurgroep “Strijdende Communistische Cellen”: Cellules Communistes Combattantes (CCC)

Het kon niet anders dat er een groep van mensen zou moeten opstaan die weer zouden willen vechten om een vrijere wereld te creëren. De voorvechters van de vrije wereld werden namelijk geconfronteerd met een fundamentele tegenstelling. Aan de ene kant wilden ze niet tot een voorhoede worden, welke “toonaangevend” hun wil aan anderenzou opdringen, want dat zou indruisen tegen hun anti-autoritaire waarden. Aan de andere kant worden vandaag heel wat mensen geconfronteerd met zaken die hen voldoende politieke, economische en sociale  redenen geven om duidelijke politieke doelen voorop te stellen. Voor sommigen is onze maatschappij op het punt gekomen dat men het kapitalisme niet meer zou mogen laten verder bestaan. Vroeger hadden de Cellules Communistes Combattantes (CCC) of de “Strijdende Communistische Cellen” hier ook al voor opgeroepen. De CCC richte zich in de eerste plaats op eigendom in plaats van menselijke vertegenwoordigers van het kapitalisme, de NAVO, enz., en waarschuwde in de jaren 80 de autoriteiten voor op een aanval. Toch, CCC aanslagen geleid tot meerdere gewonden en twee doden.

In plaats van die waarschuwningen van Pierre Carette, Bertrand Sassoye, La Linge Rouge en de Italiaanse Partito Comunista Politico-Militare serieuser te nemen lieten de regeringen de bedrijven verder hun imperium opbouwen ten koste van de natuur en de burger. De terroristische daden werden ook niet echt ten gronde aangepakt, zodat op de twee fronten belanghebbers konden gesust worden en verder politici zouden kunnen steunen.

Zoals het failliet van het communisme lag aan het egoïsme kon hier ook dat egoïsme met economisch eigenbelang doorgroeien tot het in gevaar brengen van het kapitalisme. Want vandaag staan wij op die breuklijn waar men toch maar eens beter de verscheidene systemen onder de loep houdt.

De bazen hebben zoals in het begin van de industriële revolutie geen oog gehad voor hun arbeiders. Nu hadden wij een nieuwe priester Daems kunnen gebruiken, maar zoals in zijn tijd heulde de Katholieke Kerk mee met de rijken der aarde en had zelf een ander probleem te verwerken, waarbij de economische crisis voor een zeer goede afleiding van de pedofilieschandalen kon bezorgen. Al de grote instellingen konden zich geen vernietiging van het kapitalisme veroorloven en de machthebber waren er aardig in geslaagd om de mensen nog te laten blijven geloven dat zij in een democratie woonden, terwijl alle democratische spelregels all lang met de voeten weren getreden door oprichtingen van een cordon sanitair en door de vermenging van staats en economische belangen.

De „kapitalistische heersers blijven zich opstellen als  als progenitors van democratie ook al ontwrichten zij het zelf, niet alleen in eigen streek, maar doorheen Latijns Amerika, Afrika, Azië, en het Midden-Oosten. Om het even welke natie die geen „vriendschappelijke investeerder“ is, die probeert om zijn land, arbeid, hoofdstad, natuurlijke rijkdommen te gebruiken, en markten op een zich-zelf-ontwikkellende manier, buiten de heerschappij van transnationale collectieve hegemonie, loopt het risico om gedemoniseerd te worden in werking  en wordt beschouwd als een „bedreiging voor de nationale veiligheid van de V.S. “ zegt Michael Parenti.

Normaal zou de democratie haar bevolking moeten helpen om voorwaarts te gaan naar een billijkere en leefbaarder sociale orde, die het verschil meer bescheiden zou maken tussen super rijk en de rest. Integendeel is die kloof met de jaren weer toegenomen en heeft niemand van de hogere instanties er iets aan gedaan om het tot menselijke normen in te dijken. De rijken zijn nog rijker geworden de laatste jaren terwijl de middenklasse zich meer zag verarmen en dichter bij lagere klasse zag komen waar de armen nog armer werden. Geen wonder dat men vandaag dan ook een schreeuw kan horen om die verschillen te beperken.  Nu is deze roep nog maar stilletjes, maar indien de regeringen niet opletten en er voor zorgen dat zij zelf goed stabiel in het zadel zitten kan dit volledig gaan ontsporen, vertrekkende uit Griekenland zo verder gaand over Spanje en Portugal. De Indignados waren volgens mij nog maar een voorproefje, als men niet op let. Omdat nog een groot deel van de bevolking te bang is om zijn eigen werkplekje te verliezen en zich nog voldoende kan nestelen in zijn eigen hebbedingetjes, voelt deze zich nog niet bereid om mee op te stappen met diegenen die zich willen verzetten tegen de 1% anderen. De Occupy Movement is aan hen nog niet besteed omdat zij zich nog te comfortabel voelen. Nu komen zij nog niet in beweging maar men voelt ondergronds wel wrevel ontstaan die zich eerst politiek zal manifesteren in het stemgedrag dat de grote partijen tot tweede rangsfiguren  zal degraderen en enkel coalities hun nog mogelijkheid tot regeren zullen geven.

Volgens Parenti als resultaat van het te goed werken van die democratie (?) , moet deze worden verdund en worden ontwricht, gesmoord met desinformatie, media bluf, en bergen   campagnekosten; met gemonteerde kieswedijver en uit het recht ontzette geïnteresseerden, valse of  gedeeltelijke overwinningen brengend aan min of meer politieke veilige belangrijke partijkandidaten.

In de kapitalistische wereld zijn wij tot een situatie gekomen waar de collectieve investeerders een armere bevolking verkiezen. Zij verkiezen van de regel gebruik te maken dat de minder begoede  mensen harder zouden werken om hun noodzakelijke baan te vinden en te behouden. Hun angst om hun baan te verliezen maakt dat die arbeiders makkelijker in de hand te houden zijn en zij ook bereid zullen zijn om harder te werken ook al krijgen zij minder. Hoe armer zij zijn, of hoe slechter zij er voor staan, hoe harder zij zullen werken. Hierin hebben veel bedrijven hun kracht gevonden om de arbeiders “onder de knoet” te houden. Hoe slechter die arbeiders er voor staan hoe minder zij uitgerust zijn om zich tegen de misbruiken van de rijken verdedigen. In de collectieve wereld van „vrijhandel,“ is hierdoor het aantal miljardairs sneller gestegen dan ooit terwijl het aantal mensen die in armoede leven aan een snellere mate is toegenomen dan de bevolkingsaangroei in de wereld. De armoede spreidt zich uit aangezien de rijkdom zich accumuleert.

De rijken kunnen worden geïdentificeerd door hun onafhankelijkheid om anderen te commanderen. aan figuren als Jean-Luc Dehaene kan men duidelijk zien hoe zij zich er ook in verkneukelen om de kleine man te kleineren. Hoe hij op de aandeelhoudersvergadering reageerde en de man die sprak in naam van verscheidene aandeelhouders, zijn mond snoerde met de melding dat hij niet volgens het democratisch recht bij verkiezingen door het volk was verkozen, en daarom geen spreekrecht had. Dehaene kon daar dan ook niet inzien dat kleine aandeelhouders (zoals ik) blij waren met die mondigheid van die aandeelhouder die op die vergadering aanwezig kon zijn en voor andere aandeelhouders mocht spreken. Hier kreeg de wereld eens te meer te zien hoe de leden die aan het bestuur van bedrijven staan zich hoog en onaantastbaar vinden en zelfs geen respect willen opbrengen voor die mensen die wel hun de centen hebben toevertrouwd om hun escapades waar te maken.

Dat gevoelen van onaantastbaarheid werd door de regering nog eens bevestigd waardoor de heren nog maar eens hun ijdelheid gestreeld voelden en hun sterkte nog eens konden aanvoelen van ook zo veel macht verworven te hebben dat de regeringsleden voor hen zijn bang geworden.

Die zeggingskracht en overheersing over anderen maken het de rijken zijn zeer aangenaam om verder de ingeslagen weg op te gaan. Maar die elementen zijn ook wat de rijken slecht maakt voor de democratie, en ook voor het kapitalisme. De problemen waar ik om bekommerd ben gaan niet enkel over rechtvaardigheid. Misschien is het oneerlijk dat sommige mensen rijk zijn en andere arm, en misschien is het eerlijker om herverdeling van de rijkdom van rijk naar arm, en van rijke landen naar armere landen te krijgen. Persoonlijk geloof ik dat er een juiste verloning moet zijn met een verschil in verloning naargelang de prestatie. Zij die harder werken moeten ook meer beloond worden.

In de huidige situatie moet er algemeen zeker een herziening komen maar geloof ik ook zoals Parenti laat uitschijnen dat er een   debat moet komen over de juiste (her) inrichting van ligstoelen op het dek van dit maatschappelijk schip. “Waar ik ongerust over ben is het zinkende schip – de dreiging van de rijken om het liberalisme in verlegenheid te brengen door het vernietigen van haar huis: de democratische samenleving.” oppert Parenti.

Om winsten te maximaliseren, moeten de lonen worden beperkt. Voor dit, de laatste tien jaar hebben de fabrieken het grootste deel van hun energie besteed. Zij wilden niet alleen de lonen beperken, zij verkozen ook het werk gedaan te krijgen met een minimum aan arbeiders. Datgene dat nog aan een redelijke kwaliteit in het buitenland kon gedaan worden werd overgeheveld naar goedkopere loonlanden. Zo verminderden zij hun arbeidskrachten in de rijkere industrielanden. Door dit zelfs nog meer te doen werden nog meer mensen bang om hun baan te verliezen en waren zij makkelijk bereid te vinden zich aan de hogere eisen van hun werkgevers aan te passen. De raden van beheer maakten hier handig gebruik van en gebruikten het wapen van ontslag als een stok achter de deur die iedereen vreesde.

De bestuursraden vergaten echter het gehele plaatje van ons kapitalistisch systeem waarbij men kopers moet hebben voor de geproduceerde goederen. Om die goederen te kunnen aankopen moet er voldoende kapitaal in omloop zijn. Zij die zich dingen willen aanschaffen of zaken gebruiken moeten hiervoor de middelen hebben. Dat is enkel mogelijk wanneer de lonen voldoende hoog worden gehouden en de mensen ook het gevoelen hebben om in alle veiligheid geld te kunnen besteden. Hiervoor is er voldoende inkomen nodig.

Om goedkoper personeel te hebben werden ook de oudere werknemers afgedankt. Maar zij die ouder werden dan vijftig en hun inkomen nu verminderd zagen kregen nog een extra verlaging te verwerken door de economische crisis en het bedrog van hun bankiers. Hun zo lang gespaarde terzijde gelegd en ter beschikking gegeven aan die verslindende industrie, moesten grotendeels dienen om in te staan voor de betaling  van het onderwijs van hun jonge kroost. Er bleef echter niet veel over van die spaarcenten. algemeen kunnen niet veel mensen nog veel aan extra’s besteden, wat de economie ook verlamd.

Nog meer verlammend is de constante berichtgeving van slecht nieuws over de economische toestand. Al meerdere jaren heeft de pers er aan mee geholpen om een negatief imago op te bouwen. Hierdoor weerhielden de consumenten zich nog meer om geld uit te geven laat staan risico’s te nemen door geld voor bedrijven ter beschikking te stellen, onder leningen, obligaties of aandelen.

Er was een chronische tendens naar overproductie van de particuliere sectorgoederen en diensten en een tekort aan consumptie door de werkende bevolking. Daarom kwamen vele fabrieken in moeilijkere situaties om voldoende werk aan hun werknemers te kunnen verschaffen.

Niet alleen de Verenigde Staten had haar thuisspelers, zoals Ken Lay, die succesvolle collectieve ondernemingen veranderde in zuivere scheepswrakken, de banen en de levensbesparingen van duizenden werknemers tenietdoende door miljarden in eigen zak te steken. Ook hier treffen wij , zoals in de meeste geïndustraliseerde landen, CEO’s aan die miljarden maken door veel te hoge weddes met daarboven op nog het geven van bonussen aan hun hoger personeel. Het was algemeen goed geworden dat men die excessieve lonen en bonussen  uitdeelde aan de hogere eschalons terwijl de lagere bedienden en arbeiders al maar meer moesten gaan inleveren om het bedrijf te redden.

De doelbewuste woekerhandel was koel en was ‘standard business’ geworden in de hogere  kringen. De managers streefden allen die egocentrische doeleinden na. De overheden lieten het allemaal gebeuren omdat onder hen meestal veel leden van het parlement waren die zelf deel namen aan de corporaties, waardoor zij zelf een extra inkomen ontvingen als voorzitter of ondervoorzitter.  Parenti zegt: „Als bedorven gulzig snotapen (of krengen), werden zij herhaaldelijk opgekocht door de overheid (wat een vrije markt!) zodat zij onverantwoordelijke risico’s kunnen blijven nemen, het land plunderen, de overzeese gebieden vergiftigen, gehele gemeenschappen ziek maken, volledige regio’s aan gevaarlijk afval blootstellen, en hun zakken vullen met obscene winsten.“

„Dit collectieve systeem van hoofdaccumulatie bedreigt de leven-ondersteunende middelen van de Aarde (akkerland, grondwater, moerasland, gebladerte, bossen, visserij, oceaanbedden, baaien, rivieren, luchtkwaliteit) als beschikbare ingrediënten die worden verondersteld om onbegrenst te kunnen gebruikt te worden, of vergiftigd te mogen wordne. Zoals BP zo goed in de  golf van Mexico catastrofe heeft aangetoond, wogen de overwegingen van kosten zo zwaarder dan overwegingen van veiligheid. Als één Congres onderzoek besloot : „Telkens weer, blijkt het dat BP besluiten nam die het risico van een uitbarsting verhoogden om de de bedrijftijd of uitgaven te besparen. “

„Inderdaad, is de functie van het transnationale bedrijf niet om een gezonde ecologie te bevorderen maar zo om veel mogelijk verkoopbare waarde te halen uit de natuurlijke wereld, zelfs als het betekent het milieu te behandelen zoals een septische tank. Een zich overuitbreidend collectief kapitalisme en een breekbaar eindige ecologie zijn op een rampzalige ramkoers, zodanig dat de steunsystemen van de volledige ecosfeer — de dunne huid van de Aarde van verse lucht, water, en bovengrond — in gevaar zijn . Het is niet waar dat de uitspraak politiek-economische belangen in een staat van ontkenning zijn over dit alles. Veel slechter dan ontkenning, hebben zij openlijke antagonisme getoond naar hen die denken dat onze planeet belangrijker is dan hun winsten. Zo belasteren zij milieudeskundigen als „eco-terroristen,“ „EPA Gestapo,“ „aarde dagalarmisten van de Aarde,“ „boomknuffelaars,“ en verspreiders van „Groene hysterie. “

Velen van de superrijken zijn niet geïnteresseerd in ecologie maar meer in het vullen van hun eigen zakken. De directe aanwinst voor zichzelf is een veel meer dwingende overweging dan een toekomstig verlies dat door het grote publiek zal moeten gedeeld worden. De sociale kosten om een bos in een woestenij te veranderen wegen weinig tegen de immense en directe winst die uit het oogsten van het hout en het er vandoor gaan met een keurige bundel van contant geld komt. Veel mensen denken het er niet zo slecht aan toe gat met de natuur als anderen doen uitschijnen. Zij willen niet de problemen zien die wij reeds in Afrikaanse landen en ver afgelegen streken kunnen waarnemen.

Velen willen gewoon niet geloven dat wij zullen afstevenen op een ecologische ramp met een bedreiging voor de gezondheid en overleving van ‘corporate plutocraten’ net zoals het voor ons gewone burgers nefast zal zijn. Sinds enkel jaren willen de rijke vennoten liefst snoeien in sociale volkshuisvesting, openbaar onderwijs, sociale zekerheid, medische verzorging, ziekenfondsen en culturele voorzieningen. voor hen zijn dat geen productieve zaken die de gemeenschap onnodig belasten. “Dergelijke bezuinigingen zou ons dichter bij een vrije markt samenleving brengen verstoken van de door de overheid gefinancierde “socialistische” human services die de ideologische reactionairen verafschuwen.” zegt Parenti. ” En zulke bezuinigingen zullen de superrijken en hun families niet van wat dan ook doen onthouden. De superrijken hebben meer dan voldoende prive-rijkdom om zelf  welke diensten en bescherming die ze nodig mochten hebben voor zichzelf te verschaffen.”

“Maar het milieu is een ander verhaal, is het niet?”
“Bewonen rijke reactionairen en hun lobbyisten niet dezelfde vervuilde planeet, als ieder ander, eten zij niet hetzelfde met  chemicaliën besmet voedsel, en ademen zij niet dezelfde getoxifieerde lucht? Sterker nog, ze leven niet precies zoals ieder ander. Zij ervaren een andere klasse werkelijkheid, vaak woonachtig in plaatsen waar de lucht duidelijk beter is dan in een laag en gemiddeld inkomen gebied. Zij hebben toegang tot voedsel dat biologisch is geoogst en speciaal getransporteerd en bereid.”

De kapitalistische westerse wereld heeft er geen graten ingezien om al hun afval op andere plaatsen ver van hun woongebied te gaan dumpen. Giftige stortplaatsen en snelwegen zijn meestal niet gelegen in de buurt van hun chique  buurten. In feite verblijven de superrijken niet in zulke wijken. Ze verblijven meestal op de landerijen met veel bossen, beekjes, weiden, en slechts een paar goed bewaakte toegangswegen. Bestrijdingsmiddelen zijn dikwijls niet gespoten over hun bomen en tuinen. Duidelijke besparingen snijden meestal niet in het onderhoud van hun afgelegen grootse domeinen, ranches, landgoederen, familie bossen, meren, en de beste vakantie plekken.

In hun leefwereld denken zij dat zij niet bang hoeven te zijn voor de dreiging van een ecologische apocalyps veroorzaakt door opwarming van de aarde. Zij zijn er zo van overtuigd dat zoals zij nu al steeds alles voor geld hebben kunnen kopen ook steeds hun gezonde levensomgeving zullen kunnen afkopen.

Parenti vraagt zich af of zij het leven hier op aarde, met inbegrip van hun eigen leven, vernietigd willen zien. Op de lange termijn zullen zij volgens hem inderdaad ook hun eigen ondergang tegemoet gaan, in hun zeilboot, samen met alle anderen. Echter, net als wij allemaal, leven ze niet op de lange termijn, maar in het hier en nu. Wat nu op het spel staat voor hen is iets meer nabij en dringender dan globale ecologie, het is wereldwijde winst. Het lot van de biosfeer lijkt op een afstandsbediening abstractie in vergelijking met het lot van je directe – en enorme – investeringen.”

“Met hun oog op de onderste regel, weten grote zakelijke leiders  dat elke dollar die een bedrijf uitgeeft aan excentrieke zaken als bescherming van het milieu een dollar minder winst is. Af te stappen van fossiele brandstoffen en in de richting van zonne-energie, wind en getijde-energie zou kunnen helpen om een  ecologische ramp af tewenden, maar zes van de tien ‘s werelds top industriële bedrijven zijn betrokken in de eerste plaats in de productie van olie, benzine, en motorvoertuigen. Vervuiling door fossiele brandstoffen brengt nog eens miljarden dollars bij tot het rendement. De grote producenten zijn er van overtuigd dat ecologisch duurzame vormen van productie deze winst dreigen in het gedrang te brengen.”

Juist door hun onverbiddelijke houding naar anderen en de gehele omgeving zijn er velen in geslaagd om zich zo rijk te maken. Hun bron van inkomen willen zij zeker niet aantasten.

Onmiddellijke winst voor zichzelf is een veel meer dwingende noodzaak dan een verlies in de toekomst gedeeld door het grote publiek. “Elke keer dat u uw auto laat rijden, wordt u aangezet te voldoen aan uw directe behoefte om ergens te komen, dit voor op de collectieve behoefte om vergiftiging van de lucht, die we allemaal inademen, te voorkomen.” Met deze vergelijking die opgaat ook voor de kleine verbruiker wijst Parenti ook naar de grote spelers die de maatschappelijke kosten van het omzetten van een bos in een woestenij maar een peulschil vinden tegenover de immense en onmiddellijke winst dat afkomstig is van het oogsten van het hout en het kunnen weglopen met een nette bundel contant geld.

Zo is niet enkel de rijke schuldig aan de vervuiling van het milieu, maar ook de kleine gebruiker en de regeringen die er niet op toe zien dat iedereen meer bewust wordt van de gebruikte grondstoffen en het behoud van de omgeving. Ook zijn al diegenen schuldig die wegens het wonen in deze rijkelijk voorziene westelijke habitat de idee blijven koesteren dat wij al die luxe zo maar mogen hebben omdat wij ze verdienen. Ook dat wij allemaal die grondstoffen zonder verantwoording af te leggen ongestoord blijven gebruiken alsof zij oneindig voorradig zijn. Hoe velen laten het drinkwater, omdat het aan bijna geen prijs te verkrijgen is met bakken uit de kraan lopen? Er zijn er in onze maatschappij die ons willen doen geloven dat wij ons veel te druk maken en dat wij ons niet teveel moeten ongerust maken, terwijl anderen zeggen wij het allemaal ernstiger zouden moeten opnemen. Een groot deel is er van overtuigd dat het niet zo slecht zal aflopen en dat wij er nu best van kunnen genieten, omdat de komende generaties zeker andere oplossingen zullen vinden. Vele mensen rationaliseren het weg: er zijn nog wel veel andere bossen voor de mensen om te gaan bezoeken. Deze die hier zijn hebben zij niet nodig; de maatschappij heeft de ruimte nodig en de houthakkers hebben het hout nodig.

Het alleen maar denken aan zichzelf maakt onze maatschappij uiteindelijk kapot.
Één van de problemen van ons gulzig kapitalistisch systeem is dat veel mensen niet willen zien dat wij geen eeuwen of meerdere generaties of zelfs niet vele decennia hebben alvorens rampspoed op ons afkomt. De ecologische crisis is niet zo maar een verre urgentie. De meesten van ons levend vandaag zullen waarschijnlijk niet de luxe hebben van te zeggen „Après moi, le déluge“  omdat wij hier nog steeds rond zullen lopen als de catastrofe zich aanbiedt, zodat wij deze zelf zullen kunnen ervaren. Wij weten dat dit zo wel zal zijn want de ecologische crisis komt reeds versneld op ons af met een en samengesteld effect dat spoedig onomkeerbaar kan  blijken. Wij hebben nu ons aperitief met de financiële crisis. Het fortuin heeft de eetlust voor opgewekt en diegenen die zich nu vrij gesproken voelen om verder hun weg te gaan zoals zij listig hebben kunnen doen de voorbije jaren, voelen zich aangemaand om nog meer rijkdom binnen te halen zonder te moeten omzien naar iemand of iets. Om hun fortuin te vermeerderen hebben zij in het verleden niet omgekeken en dat zullen zij nu in de toekomst ook niet doen. Hun smaakpapillen werden nog meer geprikkeld om meer te genieten van die rijkdom van de Aarde die zij ongestoord kunnen opgebruiken om zichzelf te verrijken. Die van na hen zullen hun plan moeten trekken. Waarom trouwens zouden zij zich dat moeten aantrekken, zij horen nu te leven en niet in de verre toekomst. Voor hen staat het ook vast dat iedereen maar zelf voor zichzelf moet zorgen, en dat zij die te veel begaan zijn met anderen of met de natuur zwakkelingen zijn en niet rijp voor deze maatschappij.

Maar is dat de prijs van de kapitalistische of liberale wereld, dat iedereen ongestoord mag doen wat ie wil? In onze libertijnse maatschappij horen wij eens na te gaan welke weg wij willen op gaan en moeten wij eens ernstig onderzoeken wat die vrijheid dan zou moeten inhouden. De rijken mogen niet erg begaan zijn met het lot en het fortuin van anderen, maar in welke mate moet de maatschappij daar wel mee begaan zijn?

Sommigen beweren bij hoog en bij laag dat het achternalopen van  fortuin juist de essentiële waarde inhoudt van het kapitalisme. Voor hen is de bezetenheid om zoveel mogelijk winst te maken de hoofd bekommernis om een goed leven op te bouwen. Dat er dan even minder naar het lot van het mensdom en de natuur wordt gekeken blijkt velen niet te storen.

Wij moeten er echter bewust van zijn dat onze maatschappij het niet zo maar kan toelaten dat de mens als een stuk werktuig wordt gebruikt, dat men naargelang de leeftijd of hoeveelheid werk, zo maar kan weg gooien. Alsook gaat het niet op dat men noch rekening moet houden met de mens, noch met de natuur om dat kapitalistisch goed te verwezenlijken.

Vandaag zien wij duidelijk de gevolgen van het veronachtzamen van de politici van de menselijke, sociale en ecologische factoren. De postenverdelingen in de regeringen en het enkel kort op de bal spelen hebben duidelijk het deficit van die regeringen getoond. Zonder duidelijke strategieën zoals op dit moment blijft deze economische crisis onverteerbaar voor de meeste van onze medeburgers. De verarming van miljoenen en de vernietiging van onze ecosystemen vereisen dat we kordaat optreden.

Het voorgaan van de belangen van hogere cirkels, die winsten en collectieve productie maximaliseren, of in het geval van overheid, die toezicht, mededeling, en militaire macht maximaliseren halen ons systeem, dat meer en meer op drijfzand lijkt gebouwd, neer. werden. De grote investeerders hebben immense sommen in onbestaande immobiliënmarkten en andere twijfelachtige ondernemingen, hedgefondsen, derivaten, hoge krediet onderschrijvingen,  standaard ruilmiddelen, en roofzuchtige leningen, niet vaak met hun eigen geld, maar met de spaar tegoeden van anderen, die probeerden om hun pensioenvoorzieningen of pensioneringsinkomen op te bouwen. De banken werden zo listig als een slang en verlokten hun cliënten in het kopen van een kat in een zak.

Onder de slachtoffers waren andere kapitalisten, kleine investeerders, en vele arbeiders die miljarden dollars en Euros in besparingen en pensioenen verloren. „Misschien was de eerste  brigand Bernard Madoff. Beschreven als „al lang bestaande leider in de financiële dienstenindustrie,“ Madoff stelde een frauduleus fonds in werking dat in $50 miljard van rijke investeerders wegkaapte, terwijl hij hen terugbetaalde „met geld dat niet daar was“. Ook hier in België vond men meerdere oplichters die mensen zo hoge procenten beloofden en hen die ook uitbetaalden met geld dat binnen kwam van nieuwe aangebrachte beleggers die hoopten zo een fortuin op te doen. “Plutocracy verslindt zijn eigen kinderen. “zegt Parenti.

De immense ongelijkheid in economische macht die in onze kapitalistische maatschappij bestaat heeft zich vertaald in een formidabele ongelijkheid van politieke macht, die het moeilijker maakt om democratische verordeningen op te leggen.

Heden zouden wij de leugens moeten bestraffen om het systeem terug geloofwaardig te laten overkomen. Dit vergt echter politieke moed. Alsook moeten wij ons beramen over de criteria waarmee wij ons zullen willen uitrusten om tot deze of andere haalbare systemen te komen, zonder toevlucht te moeten nemen tot het autoritaire regels.

Hierbij zullen wij ons moeten afvragen tot hoe ver wij de vrijheid van de burgers, gewone arbeiders, bedienden, kmo-ers, zelfstandigen, bedrijfsleiders, multinationals en anderen willen laten reiken.

De kern van een democratie is de mogelijkheid om legitieme collectieve keuzes te maken op een manier die iedereen accepteert, zelfs als ze het oneens zijn over bepaalde conclusies. Hierbij moet het ook gaan om de gemeenschap en gezond verstand. Het kan goed lopen zolang iedereen erkent dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, en dat we een gedeelde interesse in en gedeelde betrokkenheid hebben bij het beter maken van de dingen voor iedereen, ook al zijn we het niet op alle vlakken eens over hoe wij dit moeten doen. De leden van een burgerlijke maatschappij moeten een oriëntatie hebben op samenwerking, ook met hen waarmee zij het niet eens zijn, want in de democratische regeling is overeengekomen dat de meerderheid in hoofdzaak de richting mag bepalen. De stem van de meerderheid zal mee de relaties van samenwerking en onafhankelijkheid bepalen. Doordat er zo veel corruptie en eigen gerichtheid in de regeringen was gekropen is er niet enkel minder geloofwardigheid bij de burgers gekomen, maar ook minder gerechtigheid om al de democratische spelregels te volgen in retrospect van de gehele gemeenschap.

Het komt er nu op aan om met al de regeringshoofden grote schoonmaak te houden in de uitvoeringsbesluiten van de landen en om het regeringsbeleid zodanig af te stellen dat iedereen de tering naar de nering zal laten rollen. De onderlinge deelstaten van de gemeenschappen zullen zich er ook bij moeten leggen dat het er nu meer op aan komt om  de betrekkingen van onderlinge afhankelijkheid met elkaar in verzoenende termen te laten samenvloeien met een algemene beleidsvisie om het geheel van landen door deze crisis te helpen als één unie.  Hierbij gaat men er ook een einde moeten aan maken dat er zulk een ongerijmde ongelijkheid kan bestaan tussen verloning en moet men iedereen laten inzien dat men langs alle kanten water in de wijn zal moeten doen om de wonden te helen en weer iets op te bouwen waar iedereen die dingen zal kunnen aanschaffen waar hij of zij werkelijk behoefte aan heeft. Wij hebben geen andere keuze dan om te proberen deze maatschappij terug te laten werken.

Een gevaar waartoe de ondermijning van het kapitalisme door de geld en hebzucht van enkelen kan toe leiden: anarchistische oproepen.

+

Lees ook:

  1. Onderbroeken, vreemdelingen en rechtsstaat
  2. Schaamte, schaamteloosheid en hebzucht
  3. Occupy Movement Verzwegen in de media
  4. Occuppy Acties en Sociaal Engagement
  5. Tot de 99% of de 53% behorende

++

Aangeraden lectuur:

  1. The Super Rich Are Out of Sight
    Two studies that do their best to muddy our understanding of wealth, conducted respectively by the Rand Corporation and the Brookings Institution and widely reported in the major media, found that individuals typically become rich not from inheritance but by maintaining their health and working hard. Most of their savings comes from their earnings and has nothing to do with inherited family wealth, the researchers would have us believe.

  2. What to do about the rich?
    The rich are independent of the rest of us. Obviously they are materially independent so long as their property rights remain recognised. They can achieve what they want by themselves, by buying it from others or paying someone to queue up to buy it for them. But their wealth also generates a social distance from the rest of us that allows them to become ‘ethically independent’.
  3. John Rawls’s Critique of Capitalism
    This more disruptive reading of Rawls is especially important today, forty years later, given the great degree to which wealth stratification has increased and the political influence of wealth has mushroomed. (I’ve addressed this set of issues in prior posts; link, link.) Martin O’Neill and Thad Williamson’s recent volume, Property-Owning Democracy: Rawls and Beyond, provides an excellent and detailed discussion of the many dimensions of this idea and its relevance to the capitalism we experience in 2012. It includes contributions by a number of important younger political philosophers.

+++

About Marcus Ampe

Retired dancer, choreographer, choreologist Founder of the Dance impresario office and archive: Danscontact-Dansarchief plus the Lifestyle magazines "Stepping Toes" and "From Guestwriters". - Gepensioneerd danser, choreograaf, choreoloog. Stichter van Danscontact-Dansarchief plus van de Lifestyle magazines "Stepping Toes" en "From Guestwriters".
This entry was posted in Armoede, Economie, Milieu, Welzijn en Gezondheid and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

9 Responses to Kapitalisme, Imperialisme, Rijken en verdeling in de wereld

  1. Pingback: Hoe de rijken de wereld regeren | Marcus' s Space

  2. Pingback: Capitalism downfall | Marcus' s Space

  3. Pingback: Democratische ondergang | Marcus' s Space

  4. Pingback: Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #1 Welvaart « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  5. Pingback: Materialisme, “would be” leven en aspiraties #1 | Broeders in Christus

  6. Pingback: Materialisme, “would be” leven en aspiraties #2 | Broeders in Christus

  7. Pingback: Materialisme, “would be” leven en aspiraties #4 | Broeders in Christus

  8. Pingback: Materialisme, “would be” leven en aspiraties #5 | Broeders in Christus

  9. Pingback: Materialisme, “would be” leven en aspiraties #6 | Broeders in Christus

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s