Faal beter #2 Jij en de ander

Faalangst en de ander

Angst om slecht te presteren

Heet in paniek geraken bij opdrachten is niet enkel een verschijnsel dat adolescenten overkomt. Tijdens de opgroeifase blijkt het wel de grootste boosdoener te zijn. En daar zouden anderen in de omgeving bij kunnen helpen om die persoon van zijn faalangst af te krijgen. Men moet het probleem niet onderschatten. Tijdens een schooljaar kan men in de klas makkelijk één op tien leerlingen vinden die last heeft van faalangst, terwijl dat getal in de eindexamenjaren oploopt tot gemiddeld 20 per cent.

Day 14: I Don't Know ANY of This!

Bang om niet te slagen. - Finals in 2 days. And I don't know ANYTHING on there. I'm going to fail!!!!!! - Image by Lourdes Nightingale via Flickr

Eigenlijk is het de angst voor wat er gebeurt als men slechter presteert dan voorzien. Leerkrachten, medeleerlingen, ouders en zeker ook zichzelf wil men niet teleur stellen. Een groot probleem is de gedachte van “wat zullen de anderen denken” en nog erger “wat denken die anderen over mij?”. Het zo bezig zijn met het zelfbeeld kan versmachtend werken en als er niet tijdig van buitenaf wordt opgetreden kan men verzinken in het moeras.

De vrees vooraf, dat men het “toch wel weer niet zal begrijpen” of “dat men het niet goed gaat doen” verlammen de aandacht, verhinderen de mogelijkheid om vlot te handelen en ontnemen de mogelijkheid om tot rust te komen in de activiteit. Het willen meetellen in de groep is vandaag ook een belangrijker gegeven door de sociale druk. Soms kan het ook belangrijk worden om niet op te vallen in de groep, zo wel niet als de slechtste maar ook niet als de beste te zijn. Dat laatste komt dan dikwijls in innerlijk conflict, want men wil wel het beste presteren maar men wil niet als de streber willen uitgemaakt worden.

Sociale omgang

Een klas of een werkomgeving stelt zo haar eigen,vaak ongeschreven, regels, hoe je met elkaar omgaat. Die regels ontdekken en ernaar handelen is vaak een lastige opgave. Het vooronderstelt sociale vaardigheden, die niet iedereen in huis heeft. Het ‘sociaal jezelf handhaven’ zal dan de” onderliggende oorzaak zijn van het te overwinnen element dat de geest dag en nacht kan wakker houden en lastig vallen.

Het omgaan met de meerdere kan ook een rem vormen, waarbij indien dan nog eens alle ogen gericht zijn op diegene die de prestatie moet gaan leveren, de druk te hoog kan worden en men alsmaar meer fouten gaat doen die dan op hun beurt de situatie nog verergeren, daar men er bewust van is en verlegen is voor de stommiteiten. De sociale faalangst gaat dan op de duur ook motorische faalangst uitlokken. Sommigen hebben niet zo veel zin om iets lichamelijk te doen en nu worden zij op hun vingers gekeken. Of door in het oog gehouden te worden gaan ze verkeerde handelingen uitvoeren die hen in verlegenheid brengen en dan een beeld oproepen om die bewegingsactiviteit te doen stoppen.

Invloeden van buitenaf

Er zijn de genen die een belangrijke rol spelen. Datgene wat wij overerven van onze voorouders en hetgeen wij mee krijgen van onze opvoeding en de cultuur die in de familie heerst. Het is niet vreemd om ook in algemene uitspraken over een familie vaak de opvoedingspatronen door te horen klinken.

De laatste jaren kan men merken dat vanuit de families de druk op het kind hoger geworden is. Beide ouders proberen zich nu een plaats in de maatschappij te veroveren en willen ook het beste voor het kind. In dat streven gaan zij hun kinderen vaak verwennen of willen zij maar alles geven aan hun kinderen, dikwijls het meest deze dingen die zij niet hadden gekregen, maar vonden nodig gekregen te moeten hebben. Voor de ouders kan het misschien logisch klinken dat alleen maar het beste telt voor hun kinderen, maar daarbij vergeten zij soms te zien wat het kind eigenlijk zelf zou willen doen en hebben.

Zo hebben mijn ouders zich ook jaren verzet tegen wat ik wenste te worden en werd het ook goed duidelijk gemaakt dat datgene wat ik als beroep wenste uit te voeren veel te min was voor onze familie. Ik kon nog beter achter de vuilkar lopen dan in het theater gaan. Ook bij onze familiebijeenkomsten vroegen ooms en tantes ook steeds over de schoolresultaten. De bevraging leek wel een jaarlijkse traditie van op de rooster legging. Het werd een afweging van de ene neef tegenover de andere, en nog erger voor de kinderen van de mogelijke prestaties van de ene ouder tegenover de andere. Want, zo voelde het aan, werden die ouders aangerekend wat zij hun kinderen konden doen presteren. Zo wordt het gemaakt dat al die kleine opdrachten die men tegen komt in het opgroeiïngsproces wel een levensopdrachten worden. Verder wordt het kind bij het vallen en opstaan altijd maar aangemaand om ‘altijd flink’ te zijn of altijd ‘je mond te houden’. Juist diegenen die willen onderzoeken en te weten komen worden daar door wel eens in een lastig parket geplaatst, want zij willen juist het “waarom” leren. Hoe dikwijls moet een kind niet horen “daarom” of “omdat ik het zeg”.

Loyaliteit

De loyaliteit naar de ouders is dan vaak een reden, dat kinderen, soms zelfs tegen beter weten in, toch blijven volharden in het proberen uit te voeren van die ‘onuitvoerbare’ opdrachten. Getrouwheid aan “eigen nest”, de ouders en familie, staat voorop. Ook het willen tevreden stellen van de ander heeft de allerhoogste prioriteit en als de ander heeft laten merken dat deze er niet mee gediend is dat dit gebeurt op een andere wijze dan de zijne wordt het moeilijk. Als er dan nog eens bij komt dat kinderen thuis leren dat zij geen fouten mogen maken is het hek van de dam. Dat maakt het ook zo lastig om als begeleider te zeggen “Doe het eens anders”. Op dat vlak moeten de opvoeders er dan ook ten volle aandacht aan schenken dat een kind leert dat het fouten mag maken en dat er zwakkere ogenblikken mogen voorkomen. De invloed van loyaliteit die op de achtergrond meespeelt moet onderzocht en behandelt worden

Niemand is perfect maar toch zijn de volwassenen voor het kind soms superwezens.

Houding van anderen

Bejart 1984

Een fantastisch choreograaf die het beste uit zijn dansers kon halen. Maurice Béjart in 1984.

Ik herinner mij in mijn leerperiode dat ik zodanig verlamde van de aanwezigheid van ‘Madame Brabants’ dat het mij totaal verlamde. In haar zag ik, en zie nog steeds, een opmerkelijk miskend figuur, die prachtige verwezenlijkingen bracht. Ik zag er naar op als een godin. Naar Maurice Béjart keek ik ook enorm op, en hij was mijn grote held. Zijn choreografieën waren ook enorm leuk om te dansen. Voor zijn duivelse ogen was ik in het begin bevreesd, maar deze man had de mogelijkheid om mij gerust te stellen en het vertrouwen te geven doordat hij zo veel uit iemand kon halen dat wel verborgen leek. Hij was een meester in het ‘beste’ uit iemand te halen en wist er ook in te slagen de danser te doen ontluiken. Dat is een ware kunst!

Buitenstaander

Zo komt de buitenstaander in beeld en komt zijn belangrijkheid naar voor in het slagen of niet slagen van diegene die zich nog verder moet ontwikkelen.

Men moet mensen hebben die de twijfel voor elke stap die moet gezet worden kunnen wegnemen.

Voor mij was zo de grote doorbraak toen de Deense choreograaf en uitstekende lesgever Hans Brenaa  het tegen de directrice opname voor mij. Wat ik hem daar hoorde vertellen over mij en mijn mogelijkheden gaven mij goede hoop en terug wat meer zelfvertrouwen. Ook zalvende woorden in de lessen en repetities van Hans van Manen deden mij duidelijk inzien dat ik verder mijn eigen weg moest opgaan en durven tegen de stroom in te roeien. Ook al was mijn (verdomde) koppigheid en mijn loshartigheid met mijn rad van tong zijn de veroorzaker dat ik wel met zo veel mensen botste konden die doorzetters mij ook aansporen verder mijn eigen weg op te gaan.

Onwetendheid en weten

Dat het niet bang zijn of het toch durven doen ook soms met onwetendheid te maken heeft wil ik ook toch even aanhalen.
Zo was ik eens na een klassieke les en zware repetitie even aan het uitrusten en de repetitie aan het volgen vanuit de zaal in Covent Garden. Ik had mijn blote voeten gewoon op de rugleuning van de stoel voor mij gelegd. Er was wel een sympathieke dame die daar ook naast zat, maar dat was mij geen hinder geweest. Ik deed zoals er zo velen van ons wel deden tijdens de repetities. Toen een tijdje later enkele dansers vroegen of ik wist wie die dame naast mij wel was, moest ik toegeven dat ik er geen idee van had. Toen zij mij vertelden dat het prinses Margaret was, sloeg ik misschien toch wel even rood aan. Ik was er wel verlegen om dat ik er geen erg in had gehad, maar moest mij verder toch niet schamen voor enige onbeleefdheid. (Dat was dan mijn eerste prinselijke ‘aanvaring’.)
Aan de andere kant geef ik toe dat ik bepaald nachtelijk werk, zo wel het dansen als choreograferen, nu als anders gelovige niet meer zou doen, ook al zijn Follies erg leuk om te dansen en trachtte ik in de choreografieën voor bepaalde clubs toch nog iets artistiek in te leggen.
Onwetendheid kan aldus in sommige gevallen vrij makend zijn terwijl het weten dan in zulke gevallen dan begrenzend gaat zijn.

Toch kan men daar zien dat het omstanders of buiten mij liggende omstandigheden waren die voor het ontnemen of het wegblijven van faalangst konden zorgen.

Omgeving belangrijk

Het belangrijke was en is de omgeving, hoe zij zich gedraagt of voordoet. Een vriendelijke, niet bedreigende klas- of werksfeer kan er aan mee helpen dat iemand open bloeit. Als de omgeving steeds duidelijk en eenvormig in haar handelingen is kan zij ook als vertrouwbaar en geruststellend overkomen. Verder moeten zij die de leiding hebben steeds duidelijk zijn en rechtvaardig handelen. Alsook moeten zij steeds oog hebben voor de figuren in de groep en tijdig de rotte appels verwijderen en de slijmballen en andere ongewenste karakters  op hun plaats zetten.

Als leerling hadden sommige klasgenoten het niet hoog op met mij, maar eigenaardig genoeg toen ik in het vakblad ‘Dance and dancers’ gunstige kritieken kreeg voor mijn choreografieën kreeg ik na het verschijnen er van juist van die personen aanvragen om onder mijn leiding te mogen komen dansen. Plotseling wisten zij mij, van uit een ver land, mij te vinden en waren zij bereid de zee over te steken en naar mijn wensen onder mij te werken, terwijl ik vroeger wel te min leek. Wat mij ook opviel, als artistiek directeur, dat als ik bepaalde ‘slijmballen ‘niet wenste op te nemen, maar deze toch moest aanwerven van de raad van bestuur, dat het meestal hen waren die uiteindelijk toch voor problemen zorgden en van de hand moesten gedaan worden. Daarom komt het er op aan dat van hogerhand ook een duidelijke lijn wordt getrokken. Als de beleidslijn en de richtlijnen goed duidelijk zijn kan iedereen zich makkelijker ‘op zijn gemak’ voelen daar de zekerheden gekend zijn en iedereen gelijk rechtvaardig zal behandeld worden. Dat doet ook veel onnodige spanning in de groep weg nemen. Ook het durven delegeren, het durven uit de hand geven en het volle vertrouwen schenken aan anderen kan mensen die anders geveld zouden worden door faalangst, doen open bloeien. Hoe meer zij voldoening kunnen krijgen door het ding te doen waarin zij goed zijn des te meer zullen zij goed kunnen presteren.

+

Verder aangeraden lectuur:

  • Vindt in het Leraarsblad Klasse eerstelijnshulp bij Faalangst
  • Gedragsproblemen in de klas: Faalangst
  • >> Tips voor Docenten & School bij Faalangst
    • Tips voor Docenten & School (pdf)
      Tips voor docenten en school. Digicounselor Dirk van der Wulp geeft in dit artikel praktische tips voor onderwijsgevenden
    • Angst om te falen (pdf)
      Angst om te falen. In dit artikel lees je een verrassende aanvullende kijk op faalangstige leerlingen.
    • Een mislukking is nog geen ramp! (pdf)
      Ivo Mijland beschrijft op bemoedigende wijze hoe een mislukking nog geen ramp hoeft te betekenen, iets wat voor veel faalangstigen een harde waarheid is.
    • Faalangst, niet van een vreemde! (pdf)
      Hoe kom je eigenlijk aan faalangst? Welke rol speelt je familie daarbij?
    • Faalangst: praat erover! (pdf)
      Leen Jongewaard, Emmy Verhey en Rob de Nijs kwamen openlijk uit voor hun faalangst. Helaas zijn angstverhalen uit de wereld van kunst en cultuur schaars, want faalangst is nog altijd een taboe. Dat geldt ook voor het onderwijs.
  • De uitdaging bij faalangst
  • deschoolvanprem.nps.nl
    Info over faalangst. Op de website ‘School van Prem’ staat handzame info over faalangst in school
  • www.zelfvertrouwen.nl
    Een praktische site vol informatie over het (gebrek) aan zelfvertrouwen en de betekenis daarvan.
  • www.opvoedadvies.nl/faalangst.htm
    Pagina met een artikel over faalangst van Drs. T. de Vos- van der Hoeven op opvoedadvies.nl
  • ‘De rol van de omgeving’.
    De sociale omgeving van het kind kan een grote positieve of negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van het zelfvertrouwen bij het kind.
    +
    Rogers (in Engler, 1999) stelt dat het jonge kind twee basisbehoeften heeft. De eerste is een positieve en onvoorwaardelijke acceptatie door anderen, waarbij bij verkeerde gedragingen het kind op deze gedragingen wordt aangesproken en niet het kind zelf als zodanig wordt afgewezen.
    +
    Na de positieve acceptatie door anderen ontstaat bij het kind volgens Rogers (in Engler, 1999) automatisch een positieve zelfbeleving.
    +
    Kinderen kunnen geen zelfvertrouwen opbouwen in gezinnen met tè autoritaire ouders of in gezinnen met ouders met erg onvoorspelbaar gedrag.
    +Teveel frustraties, teveel toegeven, te weinig adequate of vijandige reacties kunnen ervoor zorgen dat het kind zijn omgeving als negatief ervaart.
  • Boeken en DVD’s over Faalangst

+++

Gerelateerde post:

Advertisements

About Marcus Ampe

Retired dancer, choreographer, choreologist Founder of the Dance impresario office and archive: Danscontact-Dansarchief plus the Association for Bible scholars, the Lifestyle magazines "Stepping Toes" and "From Guestwriters" and creator of the site "Messiah for all". - Gepensioneerd danser, choreograaf, choreoloog. Stichter van Danscontact-Dansarchief plus van de Vereniging voor Bijbelvorsers, de Lifestyle magazines "Stepping Toes" en "From Guestwriters" en maker van de site "Messiah for all".
This entry was posted in Ballet + Dance/Dans, Onderwijs en Opvoeding, Welzijn en Gezondheid and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Faal beter #2 Jij en de ander

  1. Pingback: In de hand #4 Angst voor de wereld | Broeders in Christus

  2. Pingback: Kinderen mogen falen | Marcus' s Space

Feel free to react - Voel vrij om te reageren

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s