Kwetsbare mens in Europa van morgen #2 Te veel mensen gaan kapot aan deze samenleving

Op het colloquium van 21 oktober in het Europees Parlement “De kwetsbare mens in het Europa van morgen” werd zeer goed aangetoond hoe makkelijk een mens kwetsbaar kan worden. daarbij werd ook de nadruk gelegd op onze algemene verantwoordelijkheid. Zeker voor hen die een Christelijk geloof hebben. Zij kunnen zeker niet stil blijven staan aan de zijkant en doen of hun neus bloedt.

Wij zijn gaan leven in een maatschappij waar snelheid en flexibiliteit een must zijn geworden en waar financiële winst voorop ligt. De menselijke waarden zijn opzij geschoven en alles moet wijken voor de verplichte en noodzakelijke job. Daar worden de prestaties gewikt en gewogen naar een economisch schaalmodel. Om een plaatsje in het stelsel te kunnen verkrijgen moet men zich niet één maal maar voortdurend verkopen. Na het zich bewijzen in de school, die een kenniseconomie is geworden waar enkel de output telt, moet men zich ook op alle fronten constant bewijzen in de bevragende maatschappijwaar iedereen permanent wordt geëvalueerd via criteria waar hij of zij geen zeggenschap over heeft.

Broos

Er is een moordende concurrentie ontstaan waarbij men over lijken wil stappen. Niemand kijkt er nog van op dat hun bedrijf bepaalde dingen doet welke eigenlijk niet door de beugel kunnen, maar noodzakelijk lijken geworden om te kunnen blijven stand houden in die niets ontziende concurrentiestrijd. Om zich te kunnen handhaven lijkt het wel of men bepaalde waarden gewoon op zij moest zetten omdat men het anders niet zou kunnen waar maken.

Meer en meer mensen zien zich verarmen en schamen zich daar voor met een schuldgevoel alsof het aan hen ligt dat zij het alsmaar minder kunnen waar maken in deze consumptie maatschappij.  Ook de jongeren voelen die naijver of jaloersheid en voelen zich verplicht om te kunnen pochen met de laatste nieuwe smart of i-phone. Zij denken dat om er te kunnen bijhoren dat men toch maar de laatste nieuwste snufjes moet hebben. In bedrijven voelen de werknemers dat uitsluitingsbeeld ook. Hun wijze van kleden wordt zodanig in het oog gehouden door hun collega’s dat iedereen constant op let dat ze niet te dikwijls het zelfde dragen en voldoende kunnen afwisselen in hun kledij die dan ook weer volgens bepaalde modebeelden moet zijn. Al die mensen die zich niet naar de laatste mode kunnen kleden lopen het risico uitgelachen te worden of nog erger te behoren tot een groep die het moet verduren om gepest te worden. Het pestgedrag is enorm toegenomen in onze maatschappij. Die toename is een duidelijk bewijs hoe kwetsbaar wij trouwens geworden zijn. Want zij die pesten zijn zij die ook een grote angst hebben om als mindere aanschouwd te worden en om geen macht te kunnen hebben. Om zelf niet kapot te gaan verkiezen zij te beslissen over anderen en die kapot te maken. Daarbij zien wij ook dat zelfs diegene die juist een sterke wil hebben om hun eigen ding te doen, het meest kans lopen om gepest te worden. Zij die zich durven kleden hoe zij zelf willen en niet willen egaal er bij lopen zoals anderen wel erbij willen horen door zich hetzelfde te kleden of met bepaalde geliefde merknamen naar buiten te komen. zij met een sterke persoonlijkheid worden vandaag in onze maatschappij als een gevaar aanschouwd. Zij zouden de algemene zekerheden wel eens durven gaan verstoren. Of zij worden aanschouwd als onwilligen om mee te lopen. zij die niet mee kunnen lachen met anderen, niet mee willen heulen met anderen, en niet mee willen hun plan trekken om te profiteren van anderen, worden aanzien als gewilde outcasts.

Het zijn die eigenlijk sterkere mensen die nu kwetsbaar in onze maatschappij worden gemaakt. Zij die spaarden worden met kwade ogen bekeken door de anderen die er maar op los blijven consumeren. Tevens werden de spaartegoeden heel hard aangepakt door de beursmalaise en het bedrog van bankmedewerkers. daarnaast is er nog een groep van mensen die schreeuwt voor een extra belasting op de spaartegoeden die mensen nog hebben uitstaan. zij vergeten dat die spaarders reeds hun basisbelasting hebben betaald en dan nog eens bij elke aan- en verkoop van aandelen en kasbons de bankkosten en taksen op die verkopen hebben betaald alsook een belasting op elk dividend dat werd uitgekeerd en op elke percentuele uitbetaling van interest op het spaartegoed. Het zijn juist deze mensen die voorzagen in een appeltje voor de dorst en voorzorgen hebben genomen om minder afhankelijk te zijn van de maatschappij op hun oude dag. Maar het is nu deze maatschappij die zich tegen hen keert.

Volgens mij en andere gelovigen is het de mentaliteitsverandering die de laatste decennia is opgetreden die mede verantwoordelijk is voor de slechte toestand vandaag. Professor psychoanalyse Paul Verhaeghe gaat met mijn mening niet akkoord, wat zijn goed recht is en zijn betoog de moeite maakt om te onderzoeken.

Hij gaat wel akkoord met mijn oproep dat wij nooit iedereen gaan mogen reduceren tot een te duchten concurrent want dan halen wij het slechtste in de mens boven, en dat is dodelijk.

Hij onderdrukt het feit niet dat patiënten vandaag eerder cliënten zijn geworden en werknemers fulltime equivalenten. Ook gaat hij denkelijk akkoord met de door Professor de Woot geuite opmerking dat wij een radicalisering van een neo-liberaal model hebben gekregen dat steeds meer markt gericht werd en dat wij nu een uitwas van deze neoliberale meritocratie op ons bord krijgen welke onze samenleving vandaag domineert.

Verhaege vat kort samen: “alles is een product en winst zet de toon, met efficiëntie als schaamlapje. Het ziekenhuis is een zorgbedrijf, de universiteit een kenniseconomie. Patiënten zijn cliënten, werknemers fulltime equivalenten. We worden allemaal ‘gemanaged’. Voor alles gelden rankings, benchmarks en je financiering hangt van je output af. Of die nu meetbaar is of niet. Zelf moet je het maken. Bedoeld wordt: beter zijn dan de andere die sowieso een concurrent is. Daardoor is niemand te vertrouwen.”

Het is dat wantrouwen dat overheersend is geworden en nog verergerd wordt met de angst voor mogelijk pestgedrag. Want elkeen die buiten het normale verwachtingspatroon valt wordt aanschouwd als een ‘alien’. Men lijkt wel niet van deze planeet te zijn indien men niet op de hoogte is van al de zogenaamde BV’s hun doen, hebben en laten. Indien men zich niet mee kan verkneukelen in de roddelpraatjes over Jan en alleman wordt men makkelijk sociaal uitgesloten. Niet de juiste merkkledij dragen, niet de juiste pennen of draagtassen gebruiken doet anderen al steigeren.  Een eigen keuze willen opleggen voor jezelf wordt aanschouwd als een eigen wil om zich niet bij de anderen te voegen en er niet bij te willen horen. Maar het zijn juist diegenen die uniform willen denken en willen dat iedereen zich uniform gedraagt die de anders denkenden uitsluiten. Het gaat zelfs zo ver dat men daarin redenen vindt om mensen van hun werk te ontslaan. Zo worden meerdere oudere mensen afgedankt om dat zij worden aanzien als een lastpost in het bedrijf wiens denken niet meer kan veranderd worden of niet naar het nieuwe denken van het bedrijf zal kunnen gezet worden.

Er is zulk een ijverzucht gekomen en een mentaliteit van de meest erkende te willen zijn, ook al weet men dat men niet de beste is maar ook niet de slechtste. Want tegenwoordig durft men al niet meer de beste te zijn of aan het staartje te hangen want dan lijkt het alsof er een uitnodigingsbriefje op je hangt om gepest te worden.

Verhaeghe vindt dat het tijd is dat we de toenemende psychische stoornissen van vandaag in het perspectief bekijken van de permanente evaluatie die er heerst via criteria waar de betrokkene geen zeggenschap over heeft. De toenemende psychische stoornissen zijn niet zozeer neurobiologisch te verklaren zoals de laatste jaren beweerd wordt, maar vooral maatschappelijk.” De tijd is rijper voor die analyse” merkt Verhaeghe. “Niet alleen omdat de excessen van dat systeem dagelijks trieste krantenpagina’s vullen, kijk naar Dexia.”

“De psychische problemen van vandaag zijn identiteitsproblemen. Onze identiteit zelf is geraakt. Dat is nieuw.” Maar hoe is het zo ver kunnen komen dat de mens over zijn eigen identiteit zulke moeilijke vragen begint te stellen en zichzelf helemaal in vraag gaat stellen?

Volgens Verhaege geloven wij allemaal dat ons ik uniek is en stabiel vanaf de geboorte. Maar volgens mij ligt daar één van de grote problemen in onze maatschappij. In wezen zijn wij wel uniek maar wij zijn niet echt zó bijzonder als de goegemeente vandaag ons doen wil geloven. Hier schuilt volgens mij dàt gevaar van de opvoeding van de laatste jaren, waarbij het eigen ík voorop werd gesteld in tegenstelling van te opteren om te werken naar een samengaan van verschillende individuen met respect naar elkaar. Ik vind op dat vlak de Verenigde Staten van Amerika een prachtig voorbeeld. Barack Obama heeft zeer goede ideeën, maar velen daar van worden tegengewerkt om dat de mensen denken dat ze te ‘socialistisch’ zijn om niet het boe-woord ‘communistisch’ te gebruiken. De Amerikanen hebben zulk een grote angst voor communisme dat elke sociale maatregel het gevaar loopt om tegen gewerkt te worden.

Na de tweede Wereldoorlog en de gouden jaren zestig voelden de mensen aan dat zij zichzelf zodanig moesten beschermen en dat hun eigendom heilig was maar ook door anderen afgepakt kon worden of vernietigd kon worden, en dat wou men ten allen prijzen vermijden. Die angst om terug geconfronteerd te kunnen worden met een groep van mensen die dingen van hen zou kunnen komen afpakken was de voedingsbodem voor  het egoïstisch denken. Ook al hadden hun voorouders goede lessen van deelzaamheid in de 2° Wereld Oorlog kunnen vertellen maar ook hoe anderen er zich wisten “uit te klappen”. De kinderen kregen een beeld geschetst van een vernietigende en opeisende maatschappij en vanuit die buitenwereld werd de identiteit gevormd van deze generatie. Vandaag kunnen wij die mensen zien in een maatschappij die  wordt gevormd door de spiegel die ons wordt voorgehouden. Door de grootouders, ouders, vrienden en kennissen maar ook de verdere omgeving wordt de identiteit gevormd die ontstaat uit de interactie tussen individu en maatschappij.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel weet dat Duitsland sterker uit de Tweede Wereld Oorlog is gekomen dan de geallieerde landen die vele moeilijkheden hebben ondervonden om uit de greep van het Marshallplan te geraken. Vandaag merken wij ook dat wat de Amerikanen gedaan hebben onze bedrijven nu ook gaan doen in het Oosten.  De Amerikaanse industrie vond in de jaren veertig vijftig goedkope werkkrachten op het vaste land. België was een ideale plek om munt te slaan uit een armere bevolking. Maar de werkmogelijkheden en economische vooruitgang nam het prijsverschil met de Amerikaanse markt weg en men moest zijn heil gaan zoeken in andere landen. Eerst was er een tekort aan werkkrachten en moest men vreemdelingen naar hier halen om die werkplaatsen, die de bevolking van hier niet meer wilde, in te vullen. Vermindering van bevolking met vermindering of verzadiging van goederen bracht minder consumptie op en een te veel aan ongeschoolde werkkrachten nu alles meer geautomatiseerd ging gebeuren en de robotica meer geestelijke vaardigheden nodig hebben.

Verhaeghe, die al jaren de menselijke geest ontleedt, geeft wel toe dat ook de normen en waarden mee helpen aan de opbouw van het individu haar identiteit, via de aangereikte verhalen. Nochtans gaat hij niet akkoord dat ik met vele anderen de identiteitscrisissen wijten aan de ontsporing van het algemeen denken, opleiden en vormen van de huidige maatschappij.

“Elke maatschappij definieert haar eigen identiteit, en dus ook haar eigen stoornissen. De Victoriaanse maatschappij met haar erg rigide rolpatronen produceerde seksueel gefrustreerde burgers. Hysterie en dwangneurose waren de uitbarstingen. De ene ontplofte door die rigiditeit, de andere verkrampte er helemaal in. Die neurosen zie je vandaag nog nauwelijks. Vandaag nemen vooral sociale stoornissen toe. We weten nog nauwelijks wie we zijn en we zijn bang voor anderen.”

Dat had je dertig jaar geleden niet. “Toen had je een job voor je leven, waaruit ook veel mensen hun identiteit puurden.”

Hij gaat akkoord dat er nu een fundamentele onzekerheid binnen geslopen is in onze gemeenschap. Om te kunnen overleven kunnen de mensen niet meer plaats of vakgebonden zijn.  Dit kondigde zich reeds een twintig dertig jaar geleden aan toen studenten voor een bepaald vak hadden gestudeerd maar uiteindelijk in een heel ander job terecht kwamen. Zij die eerst wel in hun vakgebied werk konden vinden vonden zich enkele jaren later in een positie waar zij moesten gaan herscholen en een heel ander richting uit gaan. Men kon niet meer zeggen dat men voor een vak had gekozen en daar verder een heel leven in zou gaan werken. Nu moet je jobhoppen. Ook is er het verkeerd beeld ontstaan dat indien je niet zou gaan doen aan jobhoppen dat je niet flexibel genoeg zou zijn.  Van de mensen wordt vandaag echter dikwijls een te grote flexibiliteit gevraagd. Velen moeten zich wel gaan afvragen hoe lang ze die job nog kunnen houden. Of zij moeten zich afvragen of het bedrijf wel hun handelingen zal aanvaarden om te voldoen aan de te behalen quota.

Vandaag is de algemene vraag aan de orde of men niet niemand anders zal gaan zoeken en vinden die goedkoper of beter is. Door de constante evaluaties die scholen en bedrijven voeren is er een angst ontstaan die eerder verlamt dan motiveert. Je krijgt een groeiende groep mensen die zich mislukt voelt en dat verbergt onder het label van een stoornis.

“Die toenemende ‘afwijkingen’ worden te snel verklaard door de klassieke dooddoeners,” vindt Verhaeghe. “De te losse zeden, het verdwijnen van de grote verhalen, vooral van religie en ideologie. Het verlies van een groter verhaal dus. Maar dat klopt niet.” volgens hem. “Integendeel” en dan komt hij op hetzelfde “al pakweg 25 jaar een nieuw verhaal dat in toenemende mate onze identiteit bepaalt: het alles determinerende neoliberale economische verhaal. Je bent geen burger meer, maar een individu dat het moet maken op grond van eigen inspanningen, je bent je eigen projectmanager. Je moet voortdurend genieten én presteren. Het gevolg is moordende concurrentie én eenzaamheid.”

Daar is de mens gekwetst in het diepste van zijn ziel. En daar kunnen wij precies niet buiten, denken veel mensen. Maar de “Kwetsbaarheid” waar mee wij nu vandaag mee geconfronteerd worden kan tegen gegaan worden. Hiervoor is er een inzicht nodig in waar het scheefgetrokken is geraakt. Maar ook een herziening van de weg die wij willen gaan volgen. Zoals onze maatschappij nu evolueert kunnen wij, gelovig of niet gelovig, niet laten gebeuren. er moet een halt worden toegeroepen aan een nu overheersende mentaliteit die de mensen verder kapot maakt maar ook hun hele omgeving vernietigd. De twee eeuwen durende onachtzaamheid van de mens heeft reeds zulk een tol geëist op de natuur dat wij verlegen zouden moeten zijn om de dood van zoveel planten en dieren. Maar de laatste jaren hadden veel mensen, wegen hun opvoeding, geen voeling meer met het milieu en werd er van uit de werksfeer helemaal geen aandacht geschonken aan die omgeving die voor velen niet economisch valabel leek.

Volgens mij is die vorm van respectloosheid naar de schepping toe juist een gevolg van een bepaalde vervaging van een geloof. Zij die geloven in een Almachtige Schepper en de taak die Hij de mensheid heeft gegeven zouden bij een onderhoud van hun geloof met een regelmatig doornemen van de Woorden van die Schepper ook de normen en waarden leren om met iedereen en alles op de juiste manier om te gaan.

Zij die niet geloven in God maar geloven in de machtigheid van de natuur zouden ontegensprekelijk bij regelmatige bezinning daaromtrent ook ten volle bewust zijn van de noodzaak om met die fragiele waardevolle natuur respectvol om te springen. Ook diegenen die enkel hun aandacht op de wetenschap gericht hebben zouden ten volle beseffen welk een waarde het omliggende heeft. Zij zouden in eerste instantie niet door anderen moeten ontdekken hoe waardevol onze omgeving wel is omdat zij het met eigen ogen zullen zien en geloven.

Voor de atheïsten die nihilistisch willen zijn is er het feit dat hoe men het draait of keert steeds met ander mensen zal moeten leven in een omgeving met andere dingen als planten en dieren met noodzakelijkheden als lucht en water. Indien men daar geen acht op slaat en het zo maar laat vervuilen zal men moeten opkijken naar een vernietiging niet enkel van de omgeving maar ook naar een vernietiging van het “zelf”. en in dat eigen bestaan zijn wij nu allemaal verzwakt en het wordt hoog tijd dat wij dat gaan inzien. Zij die dat niet inzien moeten er van bewust gemaakt worden door diegenen die wel vooruit willen zien.

Een wereld waar iedereen begint te graaien voor het zijne zal zich zelf vernietigen.

Om te gaan beweren dat die graai cultuur komt door dat er geen normen en waarden meer zijn, betekent dat eigenlijk dat we de nieuwe waarden van vandaag absoluut niet leuk vinden volgens Verhaege. Hij voegt er aan toe: “Alleen hebben we die wel mee helpen installeren.” En dat laatste kunnen wij niet ontkennen. Dat was één van de heikel punten waar ik de laatste jaren dat ik nog werkte in het onderwijs voor waarschuwde. Door zo maar bepaalde dingen toe te laten, uit angst om minder leerlingen en minder ontvangsten te hebben, werd aan de bron het water reeds vergiftigd. Normaal dat de maatschappij daarvan de gevolgen zal moeten dragen.

Voor hen die niet akkoord gingen met de Christelijke waarden moest men blijven hameren op de menselijke waarden. Het kwam er op aan om de menselijkheid te kunnen blijven bewaren boven het mathematisch denken. Het willen vooruitgaan is iets zeer positief maar het moest op alle vlakken gebeuren en niet met een einddoel van economisch winstbejag.  “We zijn onze intrinsieke ethiek kwijt, die is vervangen door contracten. Een zeer gevaarlijke evolutie voor de samenleving.” zegt Verhaeghe.

Ik geef toe dat in de wereld er altijd misbruik is gemaakt van bepaalde zaken en dat men steeds mensen heeft gehad die het niet zo nauw namen met bepaalde normen en waarden. Men moet maar naar de geschiedenis van de pausen kijken, om enkele mensen te noemen die het goede voorbeeld zouden moeten geven.)

Bij de ontsporing vandaag zien wij dat zij een gevolg is van de herhaalde beloning van mensen die iets fout begingen. Dat is het nieuwe vandaag dat het misbruik nu beloond wordt. “Er zijn mensen die het hele financiële systeem om zeep helpen en beloond worden met bonussen. Daar komt het toch op neer. Dexia vandaag is exact hetzelfde verhaal als drie jaar geleden. Ook nu weer schrijft de pers: hoe is dit mogelijk?”

De excessen zijn inmiddels zichtbaar, de slachtoffers, de gewone burger, ook. Waarom blijft iedereen dit – op enkele heftige reacties na – dan allemaal slikken? “Dat is de hamvraag. Daar tracht Verhaeghe dan antwoorden op te geven en wij proberen dat ook te achterhalen en te remediëren.

Een herstel is echter niet mogelijk op eenzijdige manier, het moet van onderuit de gehele gemeenschap komen en hiervoor zijn er stimulatoren nodig. Daarvoor is het noodzakelijk dat bepaalde individuen de anderen trachten wakker te maken en trachten te motiveren om er mee werk van te maken.

Zoals Dr. Xerri het zegt is autonomie van de liberale mens enkel mogelijk bij zorgen voor de behoefte van anderen. Dr. Zaborska waarschuwt ons om niet te blijven wachten tot instituties het voortouw trekken of tot een compromis zullen komen om aan de kwetsbaarheid van de mens een einde te brengen.

Het is vooreerst de burger die actie moet gaan ondernemen om zo tot een grotere motivatie en beweging te komen waarbij de burgers gaan inzien dat zij als individu in een gemeenschap enkel zullen kunnen gaan overleven in goede gezondheid en op een aangename manier als zij de kwetsbaarheid van anderen mee helpen weg te nemen.

Ook al hebben wij weer echte politici nodig die vanuit hun ideologie een duidelijk maatschappelijk model presenteren mogen wij niet blijven afwachten en met de pakken blijven zitten. Het is hét individu dat elk op zijn eigen plekje al kan instaan voor een bescherming van die fragiele omgeving. Voorsorteren, een niet onachtzaam laten rondslingeren of  weggooien van dingen, geen onnodig energie gebruik en allerlei kleine dingen kunnen mee helpen om het milieu zuiver te houden en de gemeenschap in een leefbare omgeving te laten wonen. Door onze omgeving niet kapot te maken en volgens bepaalde normen en waarden te leven, zullen wij allen mee kunnen werken om onze medemens niet kapot te zien gaan in een ontwrichte maatschappij.

> Lees het tegenbetoog betreft oorzaak van de huidige toestand in:

Op “In wat voor een wereld leven wij…” : De Morgen: ‘Te veel mensen gaan kapot aan deze samenleving’

Voorgaand: Kwetsbare mens in het Europa van morgen #1 Colloquium

About Marcus Ampe

Retired dancer, choreographer, choreologist. - Gepensioneerd danser, choreograaf, choreoloog.
This entry was posted in Cultuur, Economie, Gedachten van anderen, Milieu, Welzijn en Gezondheid, Wereld om ons heen and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

4 Responses to Kwetsbare mens in Europa van morgen #2 Te veel mensen gaan kapot aan deze samenleving

  1. Pingback: Justififiable anger or just anarchism | Marcus' s Space

  2. Pingback: Fragiliteit en actie #7 Gebeurtenissen en Prioriteiten | Broeders in Christus

  3. Pingback: Niet te lastig op of voor millenials | Marcus' s Space

  4. Pingback: Materialisme, “would be” leven en aspiraties #2 | Broeders in Christus

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s