Achille Ampe (1885-1943)

Grootvader Ampe

In 1885 kwam Achille Ampe als eerste zoon van Eduard Alfons Ampe(1856-1923) en Sidonie Claeys (1862-1949) uit de stam van Petrus Melchior Ampe (-1790) ter wereld. Zijn vader dreef voor de Grote Oorlog 1914-1918 handel in koloniale waren en hield een winkel van ellegoederen. In 1913 had Eduard Alfons Ampe ook een mekanieke stoomweverij opgericht te Oost Rozebeke.

Grootvader Ampe

Ir. Achille Ampe

Achille Ampe studeerde aan het College te Tielt, waar hij Robrecht de Smet in de vierde Latijnse en Cyriel Verschaeve in de poësis als leraars had. Na de humaniora in het College te Tielt beëindigd te hebben, behaalde hij in 1910 te Leuven het diploma van Burgerlijk Mijningenieur.

In 1911 trouwde hij Alice D’Hondt (1885-1960) die haar kleinkinderen met prachtige verhalen kon vermurwen. (Vol bewondering keek ik op naar deze fantastische vrouw aan wiens lippen ik kon hangen om weggetoverd te worden in een wereld vol fantasie.)

200_001

Putten 1 en 2 Waterschei 1920

De S.A. Charbonnages André Dumontsous-Asch werd op 18.06.1907 gesticht en zou de mijn van Waterschei in het Kempens heideland uitbaten. De mijn werd in het uiterste westen van de concessie ingericht omdat het gemeentebestuur van As had geweigerd dat de installaties op haar grondgebied zouden komen. Terwijl de enkele dagen later, nl. op22.06.1907, opgerichte A.A. Charbonages Limburg-Meusa de concessies Sinte-Barbara en Guillaume Lambert via een extractiezetel in Eisden zou uitbaten.

In 1909 begon men te Waterschei met de boringen die technisch moeilijk waren omwille van het grote gevaar op waterdoorbraak. Het was een enorm geduld werk vol vertrouwen dat de berekeningen en verwachtingen om op de steenkoollagen te botsen vlug waarheid zouden worden. Pas in 1921 werd de eerste kolenlaag op een diepte van 658 meter bereikt. Op volgde op 27.07.1923 de oprichting van de S.A. Charbonnages d’Houthalen.

03

André Dumont mijn Waterschei

Achille Ampe kon voldoende ervaring oplopen als ingenieur in één van het meeste productieverdiepingen tellende mijn van Waterschei. Er waren even verdiepingen waar  kolen werden gewonnen: op 560, op 647, op 700, op 807, op 920, op 980, en tenslotte op 1 040 meter diepte. Alles werd in het werk gesteld om ook zo succesvol mogelijk diep te gaan waarbij schacht I 1 208 meter diep ging, en schacht II zijn bodem had op -1 088 meter! Oorspronkelijk waren de putten niet zo diep, maar naarmate men dieper ging om nieuwe productieverdiepingen aan te leggen, werden de schachten ook telkens verder afgediept. Ze hadden beiden een diameter van zes meter en werden ook elk bediend door vier liftkooien.

Ook in Waterschei, zoals in vele andere Belgische mijnen, zat men met mijnventilatie problemen en met de aanwezigheid van gas en water infiltratie. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de mijn was een mijngas ontploffing op de verdieping van 680 tot 700 meter waarbij 30 personen om het leven kwamen op 30 maart 1929.

Als oud-student van André Dumont, die de Limburgse steenkoollagen ontdekt had, leidde Achille Ampe succesvol de voorbereidende werken in Houthalen en werd hij hoofdingenieur en technisch directeur van eind 1925 tot 1939. Op 10 kilometer gelegen van de noordrand van Hasselt kon het kleine Kempense dorp van een landbouwdorp tot een verstedelijkte woonkern uitgroeien met verscheidene sociale woonwijken.

Tijdens zijn loopbaan gaf ingenieur Ampe, voor het Congrès International des Mines, de la Métallurgie et de la Géologie appliquée, te Parijs, een studie uit over ” Creusement de deux puits par le procédé de la congélation.” Hierin wordt een verbeterd systeem over bevriezings­methode uitgelegd. Aan de hand van dit artikel kan men de werken van de ontginning der koolmijn van Houthalen volgen; de voorbereidende werken in 1927, de bevriezing, de berekening en de bouw, de afwerking en de samenstelling van de ondergrond.

Het invriezingssysteem bedacht door Achille Ampe kon een veiliger manier brengen om te ondertunnelen. In 1930 begon men met het bevriezen van de schachten (om geen last te hebben van het water bij de boorwerkzaamheden). De firma Foraky, die hiermee belast was, bezorgde de mijn van Houthalen een wereldrecord: er werd van op de bovengrond tot op -658 meter geboord in één keer! Het invriezingsysteem werd in België en ander landen ook verder toegepast voor ondertunneling in waterrijke zandlagen, zoals bij de “konijnenpijp” of Waaslandtunnel en Sint-Annatunnel te Antwerpen in 1931-1933.

Maar het was niet al spijs en vree voor grootvader Ampe die prachtige idealen had voor zijn werknemers, zoals hun huisvesting, scholing en veiligheid op het werk. Regelmatig was er een tekort aan arbeidskrachten. De mijnen beconcurreerden elkaar op dat vlak om de beste krachten te kunnen verwerven. Misschien daarom dat men hen ook betere voorwaarden trachtte aan te bieden. Douchelokalen, kledijvergoeding, eetbonnen, en sociale woningen konden mee als lokplaatjes dienen. Op de vergaderingen van de Association Charbonniére de la Campine beschuldigden de directies elkaar regelmatig van oneerlijke concurrentie door bijvoorbeeld de lonen te verhogen of door mijnwerkers weg te kapen.  Maar geldtekort genoodzaakte Achille Ampe om de werken even stil te leggen, midden de jaren dertig. Gelukkig kwam er een oplossingbrengende  kapitaalsverhoging en een verandering van aandeelhouders om het werk te hervatten. De voornaamste mede-eigenaars waren de Société Générale, Eelen-Asch, Mutuelle Mobilière et Immobilière, en de staalgroepen Forges de Clabecq, Providence en Ougrée-Marihaye. In 1939 begon aldus de productie.

Zoals in Beringen waren er drie verdiepingen. Op 700 meter, 810 meter, en de na de fusie met Zolder werd op -1050 meter naar het zwarte goud gegraven. Voor deze laatste was schacht I afgediept tot 1102 meter, met een kleine tijdelijke verdieping op 900 meter die via een binnenschacht bereikt kon worden. De oorspronkelijke diepte van de schachten was 868 en 840 meter, en beiden hadden ze een diameter van 5 meter, wat eerder klein is voor een Kempense mijn, er waren ook maar twee liftkooien per schacht.

Houthalen

Houthalen

Er werd niet slecht geboerd. In tegenstelling tot wat men had verwacht was het niet Beringen maar Waterschei waar de grootste voorraden van de Kempen konden bovengehaald worden, met 22.000 ton kolen per dag (met Winterslag). In Houthalen kon men ook bogen op een mooi resultaat van in totaal 21 677 000 ton steenkool op een vijventwintig jaar tijd. 1956 mocht een hoogtepunt zijn met 1 281 400 ton steenkool dat werd bovengehaald.

Onder de directie van Achille Ampe en sedert 1943 van Alphonse Soille gaf de mijn Houthalen-Helchteren grond voor de bouw van een kapel op de Meulenberg op het plein aan het einde van de Kerklaan, in 1942 die uiteindelijk de Parochiekerk St.-Lambertus (Bremstraat) zou worden.

In een memoriam en toespraak van ir. H. Faure vernemen wij:

” Van 1910 tot 1916 was hij ingenieur bij de ” Société de Fonçage de Puits Franco-BeIge ” te Brussel. Van 1916 tot 1925 was hij verbon­den als ingenieur bij de ” Charbonnages André Dumont ” te Waterschei en Haine-St. – Pierre.

Sinds 1 december 1925 was hij Hoofdingenieur bij de Kolenmijnen van Houthalen, waarbij hij op­klom tot de rang van Directeur-Gérant.

In ir. Ampe verliest onze vereniging een kracht, waarop allen zo gerekend hadden om ons ideaal te verwezenlijken in onze Vlaamse mijnstreek. Hij was immers één van de eerste Vlamingen, die in Lim­burg, dank zij zijn taai werken, zijn onvermoeibare volharding en zijn grote kennis, een plaats had veroverd, die, tot kort geleden door onvermijdelijke omstandigheden, meestal was voorbehouden aan hen, die het Vlaamse ideaal niet kunnen begrijpen, zoals een geboren Vlaming dat doet.

Vanaf het jaar voor de vorige oorlog, had ir. Ampe zich toegelegd op de voorbereidende werken van de Limburgse mijnen, tot hij vorig jaar benoemd werd tot Directeur Gérant.

In Winterslag werd in 1917 de eerste Kempische steenkool geproduceerd. De mijn haalde in 1967 nog een jaarproductie van 1.635.514 ton. De maximale tewerkstelling werd genoteerd in 1953 en bedroeg 6.250 mijnwerkers.

Het was de eerste keer, dat het algemeen bestuur van een Limburgse mijn toevertrouwd werd aan een Vlaming, die met hart en ziel zijn volk en taal lief heeft. Want Ampe was een Vlaming zoals er maar helaas te weinig zijn. Hij steunde alles wat Vlaams is, hij was een ijverig lid van onze V.I.V. en één van de bezielers van onze Limburgse afdeling, waarvan hij het voorzitterschap waarnam.

Maar wij hebben de overtuiging, dat zijn werken hem overleven,

Dat de beste geest die hij heeft helpen scheppen; in het een zo Vlaams ­ vreemd milieu van het Limburgse mijnbekken, zich verder zal ontplooien en vruchten dragen, tot heil van ons volk. De banier, die hij in Limburg gedragen heeft, zal ontplooid blijven en zijn herinnering zal dankbaar leven bij de volgende geslachten, als van een man, die in Limburg voor zijn volk, als overtuigende kracht, gestreden en overwonnen heeft.

Ir. Faure besluit met een vers van de Koninklijke dichter:

“Al ging ik ook in een dal der schaduwe des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want gij zijt met mij, UW STOK EN UW STAF, die vertroosten mij. Aan U, waarde vriend, spreek ik in diepe droefheid, onze oprechte dank, voor hetgeen gij voor het Vlaamse volk en voor de Vlaamse ingenieurs hebt gedaan. ”

Namens de afdeling Limburg sprak ir. C. Vesters, Ondervoorzitter van de afdeling V.I.V., Limburg op de uitvaart de volgende woorden:

” Van bij het eerste ochtendschemeren der Limburgse kolenindustrie hebt U geen ogenblik getwijfeld. Daar lag een gepast arbeidsveld voor uwe jeugdige idealen. Ingenieur zoudt U worden. Na uwe vruchtbare studiën hebt U zonder aarzelen deze vruchtbare West-Vlaamse gouwen verlaten om uw beste krachten te kunnen wijden, aan het vruchtbaar maken van wat de natuur in de diepe schoot van het Kempenland verborgen hield. Langzaam en zeker vorderde het grote ontginningswerk.

Stap voor stap gingen wij een nieuwe heerlijke toekomst tegemoet. Limburg kreeg een ander uitzicht. Het dorre Kempenland werd omgetoverd. Een heerlijke toekomst stond te wachten, maar het Limburgse volk stond onbegrijpend toe te zien. Toen hebt U getreurd en waart bekommerd, omwille van deze onverschilligheid.

De Vlaamse ingenieurs vereniging, die reeds bloeide in de andere gouwen, moest ook in Limburg binnendringen en ook haar weldoende invloed laten gelden. Steeds aanwezig op onze vergaderingen waart U als medelid reeds een der bezielers van ons streven. Uw voorzichtig­heid en onverwoestbaar volharden waren ons zozeer bekend, dat wij graag luisterden naar uw wijze raadgevingen. We eerbieden U om uw eerlijk en oprecht karakter, uw rotsvaste overtuiging. Lang hadden wij reeds getracht U als vaandrig te mogen volgen tot het ons eindelijk gelukte U niettegenstaande het overtollige werk te mogen overhalen de last van het voorzitterschap van de afdeling Limburg op uwe schouders te nemen. We kennen uw ongeschreven testament, het is onze plicht uw werking voort te zetten.”

Ir. Vesters besluit voor Mevrouw Ampe op de volgende wijze:

” Tevens danken wij U hartgrondig om het engelenwerk, dat gij in zijn omgeving tot zijn en ons aller heil verricht hebt. Gij hebt ons onze voorzitter geschonken zonder voorbehoud. Hoeveel uren zijn U niet geroofd geworden van familiaal leven door zijn drukke bezigheden. U hebt hem ook met raad en daad ter zijde gestaan in zekere zin medegewerkt aan alles, wat hij voor ons en voor de V.I.V. heeft kunnen presteren.

Geliefde Voorzitter, U hebt schoon en groot,geleefd, uw eenvoudig leven was een waar Apostolaat, een ware belijdenis van de schoonste Kristelijke deugden, ge waart niet alleen een fier Vlaming, een diep godsdienstige huisvader, maar tevens een voorbeeldige zoon onzer Moeder de H. Kerk. Heerlijk was uw taak, groot zal uw loon zijn.”

Op het eeuwfeest van Grootvader Ampe en Alice D’Hondt werd vermeld:

“Ik denk dat het een dinsdag was. Het is middag. In de zit-eetkamer was de grote tafel gedekt. Naar Moeders gewoonte met een schoon, wit tafellaken –echt linnen- en een tafelloper in het midden, kortom, iedereen die iets van tafelsieren afweet, kon zien dat hier geen “alledaagse” tafelgewoonten gangbaar waren.
Toeval wil dat ik juist in de grote inkom Vader zie binnenstappen, geholpen door Frans, de nieuwe chauffeur. Onder zijn arm een vrij groot “iets” in krantenpapier gewikkeld.
Vader anticipeerde mijn vraag met een kort “niets zeggen, zwijgen gij, waar is moeder?”
Ik werd meteen medeplichtig aan een wonderlijk vreemd gebeuren.
Vader stapt meteen de eetkamer binnen, legt dat pak op tafel, haalt er de kranten vandaan en legt een dikke, vettige brok steenkool in het midden van die schoon gedekte tafel!
Hij lag daar als een Zwarte bloemkool! … De eerste brok steenkool die was bovengehaald. Het resultaat van zoveel jaren hard zwoegen, denken, rekenen, wachten …
De voldoening na vermoedelijk vele angstmomenten en kommer.”

Naar deze “Zwarte Bloemkool” is nu ook een gezellig Bed and Breakfast huis genoemd dat niet zo ver af ligt van de vroegere familiewoning.  Achille Ampe wenste een sociaal en redelijk leven voor zijn arbeiders. Om die reden had hij ook voorzien dat er meerdere werkerswoningen konden gebouwd worden. In één van die werkershuisjes is nu het B&B ‘de zwarte bloemkool’ te vindenkadert volledig in het toeristisch plan mijnerfgoed Limburg daar het gaat om een originele mijnwoning van 1939.

Achille Ampe leerde zijn kinderen het volle respect te hebben naar de arbeiders in de mijnen en het personeel in huis. Die houding werd later overgenomen door zijn zoon Ursmar Antoon (Toon, 1915-2007) die zijn kinderen wees op de veiligheid op het werk, dat in zijn laboratorium en apotheek van groot belang was, en op de omgang met de kinderjuf, meid, keuken-, tuin- en labopersoneel, tot de wereld rondom hen. Het christelijk en sociaal element werd daar dan ook in het huishouden met de paplepel ingebracht.

+++

Over de Limburgse Mijnstreek, Vind ondermeer:

Koolmijnen in beeld

Ons mijnverleden

Museum ” Ons Mijnverleden “ + Mijnerfgoed Houthalen

Schachtbok 1, Houthalen + Schachtbok 2, Houthalen

Les Charbonnages de Belgique

Charbonnages de Houthalen

De Lus van het Zwarte Goud is een fietstocht door de Limburgse mijnstreek.

De oprichting van de “Stichtende” Vennootschappen

Koolmijn Houthalen

De Zwarte Bloemkool B&B

Lampe ACHILLE ANDRE

World Mining Heritage

About Marcus Ampe

Retired dancer, choreographer, choreologist Founder of the Dance impresario office and archive: Danscontact-Dansarchief plus the Association for Bible scholars, the Lifestyle magazines "Stepping Toes" and "From Guestwriters" and creator of the site "Messiah for all". - Gepensioneerd danser, choreograaf, choreoloog. Stichter van Danscontact-Dansarchief plus van de Vereniging voor Bijbelvorsers, de Lifestyle magazines "Stepping Toes" en "From Guestwriters" en maker van de site "Messiah for all".
This entry was posted in Dagboek = Diary and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to Achille Ampe (1885-1943)

  1. Pingback: Winterslag nu als Creatief Centrum | Marcus' s Space

  2. Pingback: C-Mine and Manifesta 9 | Marcus' s Space

  3. Pingback: June 13: 100 years ago my father was born | Marcus Ampe's Space

Feel free to react - Voel vrij om te reageren

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s